Sven Kramer staat aan de vooravond van zijn tweede Winterspelen. De 23-jarige Fries moet in Vancouver de gouddelver van het Nederlands team gaan worden. De langeafstandsspecialist is de te kloppen man op de 5.000 en 10.000 meter en hoopt ook op de ploegenachtervolging en de 1.500 meter een medaille mee te nemen.
Kramer werd op 18-jarige leeftijd bekend bij het grote publiek, nadat hij het NK allround van 2005 op zijn naam schreef. Ook op het EK en WK allround reed de jonge Fries zich in dat jaar al naar het podium. Een jaar later kon Kramer zich op gaan maken voor zijn eerste Olympische Winterspelen.
In Turijn was de 19-jarige schaatser nog niet opgewassen tegen Chad Hedrick en moest hij genoegen nemen met het zilver op de 5.000 meter. Op de ploegenachtervolging was Kramer er hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor dat het Nederlandse team 'slechts' een bronzen plak veroverde. Op de 10.000 meter was de koek op en kwam de Fries niet verder dan plek zeven.
Na de Spelen in Italië werd Kramer schier onverslaanbaar op de lange afstanden. Enrico Fabris versloeg de Nederlander éénmaal in Salt Lake City, maar kreeg vervolgens in Calgary de rekening in de vorm van een nieuwe wereldrecord van Kramer gepresenteerd. Sindsdien heeft de inwoner van Heerenveen geen 5.000 of 10.000 meter meer verloren.
Kramer krijgt op 13 februari - de eerste dag van de Winterspelen - op de 5000 meter zijn eerste kans op Olympisch goud. 23 febuari mag de Nederlander op de 10.000 meter nogmaals zijn favorietenrol proberen waar te maken. Kramer zal het op moeten nemen tegen onder anderen Bob de Jong, Havard Bokko, Chad Hedrick, Ivan Skobrev en wellicht nog wel het meest tegen zichzelf.